Hersteltraject

STERKhuis helpt deelnemers via kracht, herstel en verbinding om opnieuw zelfstandig hun plaats in de samenleving op te nemen.

Methodiek

Het Transitiehuis hanteert drie pijlers om deelnemers te ondersteunen in hun re-integratie: kracht, herstel en verbinding. De aanpak vertrekt vanuit de kracht van de persoon en is gericht op diens herstel. Naast de individuele kracht van mensen staat ook de verbinding tussen mensen centraal. We achten deze 3 pijlers van belang in de zoektocht naar en opbouw van een zinvol leven na detentie.

In het Transitiehuis werken we herstelgericht. We benaderen deviant gedrag en criminaliteit als een sociaal conflict waarbij steeds verschillende partijen betrokken zijn. Het gaat hierbij dan om de deelnemer, zijn sociaal netwerk, de lokale samenleving en een mogelijk slachtoffer. Door het opnemen van de verantwoordelijkheid van de deelnemer ten aanzien van al deze actoren, gaat hij orde op zaken stellen ten aanzien van zijn misdrijf en de schade die daaruit voortvloeit. Herstel krijgt zo betekenis vanuit een toekomstgerichte invalshoek, met de focus op het verwerken van de schuld bij de deelnemer en het komen tot zelfherstel.

Het Transitiehuis zet maximaal in op de sterktes en capaciteiten van de deelnemer. In het krachtgericht werken staan de eigen krachten en groeimogelijkheden van de deelnemer centraal. Het uitgangspunt is steeds dat deelnemers, ook bij tegenspoed en beperkingen in het functioneren, de kracht en het vermogen hebben om te herstellen, hun leven weer op te pakken en te veranderen. Door deze krachtgerichte manier van werken leveren we een belangrijke bijdrage aan het geloof in een beter leven bij deelnemers, en trachten we de kans op recidive te verlagen.

Bij kracht- en herstelgericht werken staat naast de individuele kracht van mensen ook de verbinding tussen mensen centraal. Hiervoor biedt groepsgericht werken een interessant speelveld. Samenleven in groep biedt hen ook de kans om de eigen talenten in te zetten ten voordele van anderen. Deelnemers leren samenwerken, communiceren, omgaan met frustraties en conflicten. Het biedt hen de mogelijkheid om te kunnen functioneren in de bredere samenleving.

Werking

Het Transitiehuis stelt zijn deuren open voor langgestrafte gedetineerden die actief willen werken aan hun re-integratie in de maatschappij. Om in aanmerking te komen, moet de gedetineerde aan een aantal voorwaarden voldoen:

  • Gedetineerden kunnen een aanvraag indienen vanaf 18 maanden voor ze in aanmerking komen voor voorwaardelijke invrijheidsstelling (VI).
  • De gedetineerde wil zich na zijn traject in het Transitiehuis vestigen in de (brede) regio rond het Transitiehuis.
  • Kandidaten moeten gemeenschapsgeschikt zijn, ze moeten dus kunnen samenleven en -werken in groep.
  • Een verblijf in een Transitiehuis moet zinvol zijn, d.w.z. er is sprake van een begeleidingsnood om hun re-integratie vorm te geven.
  • Deelnemers van transitiehuizen in Vlaanderen moeten de Nederlandse taal machtig zijn, in Wallonië moeten ze de Franse taal beheersen.

De Minister van Justitie of zijn gemachtigde (dienst detentiebeheer) kent de plaatsing toe, op schriftelijk verzoek van de gevangenisdirecteur. Elke plaatsing komt met een plaatsingsplan. Dit plan bevat de doelstellingen waar de gedetineerde tijdens zijn traject in het Transitiehuis moet aan werken.

Na de toekenning wordt een kennismakingsgesprek gepland met als doel meer uitleg te geven over de werking van het Transitiehuis, zijn motivatie te toetsen en de haalbaarheid van een plaatsing in te schatten.Dit gesprek heeft een grote waarde. De kandidaat-deelnemer wordt gewezen op het engagement dat hij aangaat wanneer hij kiest voor een plaatsing in het Transitiehuis.

Een verblijf in het Transitiehuis staat in het teken van alle aspecten die deel uitmaken van het dagelijks leven in de samenleving. Deze aspecten worden op verschillende manieren aangereikt en geëvalueerd ter bevordering van hun zelfredzaamheid. Er zijn duidelijke grenzen waarbinnen de deelnemers hun toekomst opnieuw vorm kunnen geven. Deze grenzen bieden duidelijkheid en veiligheid, maar laten voldoende ruimte om eigen verantwoordelijkheid op te nemen.

Verschillende betrokkenen volgen de activiteiten en het gedrag van de deelnemer nauwgezet op. Dat gebeurt in de eerste plaats door de kracht- en leefcoach en de coördinator van het Transitiehuis. Daarnaast zijn ook een psychosociale dienstmedewerker en de directie van de gevangenis nauw bij het voortgangsproces betrokken.
Deelnemers kunnen het Transitiehuis verlaten door over te gaan in elektronisch toezicht (ET) of voorwaardelijke invrijheidsstelling (VI). Dit wordt beslist door een strafuitvoeringsrechtbank.

Wanneer een deelnemer een positieve uitspraak krijgt voor ET of VI en het Transitiehuis verlaat, volgt het justitiehuis hem verder op. Om een continuering van zorg en opvolging te verzekeren, werken justitiehuis en Transitiehuis samen. Concreet gaan de deelnemer, de krachtcoach én de justitieassistent daarvoor samen een gesprek aan. De justitieassistent krijgt zo zicht op het traject in het Transitiehuis, reeds bereikte doelen en nog lopende doelstellingen, opgestarte hulp- en dienstverlening, etc.